Ik lees vandaag dat het aantal gonorroebesmetingen fors is toegenomen, een stijging van 31 procent ten opzichte van 2022 en toen was er ook al een toename van 33 procent.
Vooral bij vrouwen was de stijging groot, een toename van 78 procent, maar ook de mannen blijven niet gespaard met een stijging van 51 procent. Zou er een verband zijn met circulerende bangalijstjes? Hoe het ook zij, ik zou de seksueel actieve doelgroep graag een wijsheid meegeven die ik ooit las op een Boomerang ansichtkaart; “Date nooit met iemand die weet hoe je gonorroe spelt”.
Ik ben geboren in de jaren zestig en voor mij is de gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen altijd een vanzelfsprekendheid geweest. Ik heb een aantal feministische golven meegemaakt. Hoewel de inzet, de emancipatie van de vrouw, er altijd als constante was, vond ik de thema’s niet altijd even zinnig of bijdragen aan de goede zaak.
Zo herinner ik mij dat ik in de jaren 80 met mijn vrienden op een verjaardagsfeestje zat, met vreemd genoeg de meisjes aan de ene kant van de kamer en de jongens aan de andere kant. Tussen de meisjes ontstond een discussie over het gebruik van de woorden timmerman, timmervrouw of timmermens. Ik zat op de scheidslijn tussen de jongens en de meisjes en volgde de discussie op de voet. Na enige tijd vond ik de tijd rijp genoeg om mij in de discussie te mengen en wierp het volgende in de groep: Als een vrouw het vak van timmerman uitoefent dan betekent dit dat ze ook met balken moet sjouwen en als ze dit kan dan dan heeft ze het postuur van een man, laten we dus niet moeilijk doen en haar gewoon timmerman noemen. Vervolgens brak de pleuris uit en heb ik genoten van de discussie die zich ontvouwde. Feminisme heeft veel goede kanten maar humor is niet een van de speerpunten in de strijd die ze voeren.
Half jaren negentig ging ik samenwonen met een overtuigd feministe, ze was zelfs lid geweest van FORT groepen. Dit was een voor mij, afkomstig uit een dorp, onbekend fenomeen. FORT stond voor Feministische Oefen Radicale Therapie, er blijken ook MORT groepen geweest te zijn waarbij de M uiteraard voor man stond. Ik woonde een week samen met I, het was zaterdagochtend en ik zat buiten in het zonnetje de krant te lezen, toen ik het geluid hoorde van de wasmachine die aangaf dat de was gewassen was. Ik loop er naar toe en haal de was eruit en hang deze op aan een droogrek. Het viel mij wel op dat het alleen was van I was maar daar besteedde ik verder geen aandacht aan en ging verder met de krant lezen. Een uurtje later hoor ik weer het vertrouwde geluid van de wasmachine, blijkbaar had I de machine opnieuw gevuld en haal de machine leeg. Terwijl ik dat deed valt mij wederom op dat het alleen was van I is en mijn kleding ontbreekt. Ondertussen kwam I van boven, ik had haar in de tussenliggende tijd niet meer gezien en ik vraag aan haar “is er een speciale reden dat jij alleen jouw kleding gewassen hebt en niet die van mij? Het is tenslotte de eerste keer dat ik samenwoon. Kan vrouwenondergoed niet samen met die van mannen?” Tot mijn stomme verbazing antwoordde ze “je denkt toch niet dat ik de was voor jou ga doen”. Blijkbaar was het wel oké dat ik haar was ophing. Ik begon te lachen en heb gezegd dat wij maar eens moesten gaan praten, want emancipatie binnen een relatie gaat over gelijke rechten en plichten waar je in onderling overleg de taken en de lusten verdeelt.
Vanochtend zie ik een bericht op mijn telefoon voorbij komen dat Nederland moeilijk los komt uit de traditionele rolverdeling : in meer dan de helft van de gezinnen werkt de man voltijd en vrouw in deeltijd. Wij zijn ondertussen toe aan de vierde feministische golf geloof ik en daarbij is mij altijd opgevallen dat er zwaar op ingezet wordt dat de vrouw fulltime moet werken. Deze redenatie volgend zou de vrouw dus geëmancipeerd zijn als ze voltijd werkt terwijl de man juist laat zien dat hij geëmancipeerd is door in deeltijd te werken. Dat is toch raar? Emancipatie is volgens mij dat eenieder zelf zijn eigen overwegingen kan maken die hij of zij wil, met gelijke kansen, rechten, plichten en beloning. Dus juist niet een ander iets opleggen omdat dit nu de heersende consensus is.
Een nieuw woord in 2023 was graaiflatie. Het was voor iedereen merkbaar, minder product in de verpakking voor de oude vertrouwde prijs. Veel producenten maakten zich er schuldig aan en veel supermarktproducten bleken er onderhevig aan te zijn.
Tot op zekere hoogte begrijp ik het marketingmechanisme wat er achter schuil gaat. Je geeft de klant een tevredenheidsgevoel, vaak gebaseerd op diens onwetendheid. Persoonlijk vind ik het in hoge mate ergerlijk als de marketeers besluiten om reeds jarenlang op de markt aanwezige producten een facelift te geven. De verpakking verandert van kleur, formaat en soms ook ter promotie, van plaats in het winkelschap. Dit wekt bij mij een haast onbegrensde woede reactie op. Ik ben al jaren een trouwe klant van uw product, doe mij dit niet aan. Ik zoek mij wezenloos naar mijn vertrouwde artikel.
Ik ben al jaren een trouw gebruiker van Van Nelle zware shag. Vroeger had je twee versies; het standaard pakje en de export kwaliteit. De laatste was verser, meer smaakvol, maar ook wat duurder. Beide versies zijn jarenlang door mijn handen gegaan. Op een gegeven moment bleek de export versie niet meer verkrijgbaar in Nederland, langzaam verdween zij van de markt. Ik was aangewezen op het standaard pakje. Deze veranderde wat van uiterlijk en ook het verpakkingsmateriaal veranderde, het voelde anders aan, niet meer vertrouwd zoals vroeger. Zo glijdt het pakje nu snel uit je handen terwijl je een shaggie aan het draaien bent, dat gebeurde mij vroeger nooit.
Nou ja, je hoefde je er niet druk over te maken dat als ik om een zware Van Nelle met mascotte vroeg, dat ik iets in mijn handen kreeg wat ik niet wilde. Tot dat… Mascotte besloot twee verschillende versies van haar vloei op de markt te brengen en Van Nelle drie verschillende versies van haar zware shag. Menigmaal krijg ik de verkeerde vloeitjes in mijn handen gedrukt. De oude vertrouwde vloei blijkt nu original te heten, maar er is ook een versie die special heet en ik niet te roken vind, uiterlijk lijken de verpakkingen erg veel op elkaar. De shag is nu verkrijgbaar in de versies 30 gram, 40 gram en de oude vertrouwde 50 gram. Goed opletten dus wat de verkoper je in jouw handen stopt, iedere aankoop levert nu een stressmoment op. De 30 grams versie voelt bij aankoop al aan alsof het pakje ernstig leeg aan het raken is en een gang naar een verkooppunt aanstaande is. Niet erg bevredigend als je net jouw aankoop gedaan hebt. Het enige positieve dat ik over deze verpakking kan zeggen is dat ze er een rand in aangebracht hebben die je dicht kan drukken om de shag langer vers te houden. Deze voorziening was alleen verkrijgbaar bij de 30 grams verpakking maar, tot mijn verrassing, sinds kort ook in mijn vertrouwde 50 grams verpakking.
Dooiedakduif blij zal u denken. Nou, enige tijd geleden gaf een vriend mij een pakje Van Nelle die in het buitenland gekocht was met een on-Nederlands uiterlijk en naar bleek ook een on-Nederlandse inhoud. De shag bleek bijzonder weinig boomstammen te bevatten, was vers en dus smakelijker. Na jaren verstoken gebleven te zijn van de export kwaliteit was ik dus afgegleden naar droge shag met veel boomstammen erin zonder dat ik mij hier al te bewust van was geweest.
Anno nu koop ik dus een pakje shag die ik af kan sluiten om langer vers te blijven terwijl de shag bij aankoop al droog is en dus niet vers. Kortom een oplossing voor een probleem wat het probleem niet oplost.
Onlangs was ik op bezoek bij mijn neef en in zijn hobbykamer zag ik het boek liggen “Programmeren in Pascal”, wat ook in mijn boekenkast staat. Het deed mijn gedachten teruggaan naar de jaren tachtig toen ik de computer van de universiteit Leiden gedurende een week heb platgelegd.
Dat zat zo: Ik deed als bijvak “Inleiding in informatica” en daarbij leerden wij ook programmeren. Alles stond nog in zijn kinderschoenen en ik had de keus te werken met ponskaarten of programmeren achter een terminal. Een van de opdrachten was om een programma te schrijven in Pascal. Omdat het mijn eerste stappen waren in het vak maakte ik nogal wat fouten waardoor het programma in een loop kwam. Wij hadden de instructie gekregen dat als je het programma af wilde breken dan gaf je het commando control c. Na dit een aantal malen te hebben moeten doen had ik blijkbaar onstuitbare aanpassingen in het programma gemaakt waardoor het mij niet meer lukte om het programma af te breken. Studiegenoot M zat naast mij aan een andere terminal te werken en ik zei tegen haar: “control c werkt niet meer, zal ik gewoon een andere toetsencombinatie proberen?”. Zo heb ik toen de controltoets ingedrukt gehouden en ben alle mogelijke toetsen op het toetsenbord afgegaan. Met resultaat, weliswaar niet het gewenste, want mijn beeldscherm begon te rollen en na enige tijd ook die van M. Binnen de kortste keer begonnen de beeldschermen te rollen van alle 20 aanwezige terminals. Er liepen slim uitziende jongens rond die heb ik aangeschoten met de verklaring dat ik per ongeluk mijn papieren uitdraai op het toetsenbord had laten vallen en dat dit het gevolg was. De nerds verzamelden zich achter mijn terminal en werden steeds meer opgewonden over wat er gebeurde, ik heb mijzelf voorzichtig laten verdwijnen in de achtergrond.
Uiteindelijk is het wel goed gekomen met mijn carrière in de informatica, ik heb mijn sporen verdiend als systeembeheerder, ontwerper en programmeur. M maakte enige tijd later de overstap naar de studie Bedrijfskunde en liet mij kennis maken met de eerste inzichten over kunstmatige intelligentie. Ik was sceptisch en dat ben ik nog steeds. Niet dat ik de toepassingsmogelijkheden niet zie maar volgens mij werkt het simplistisch gezegd net als het opvoeden van een kind. Je bent er niet met het alleen maar voeden met informatie, je moet ook sturing geven en regels over hoe er met de informatie kan/moet worden omgegaan, anders gebeuren er vreemde oncontroleerbare dingen. Waar komt de informatie vandaan, is het betrouwbaar, wat kan ik er mee, wat leert de ervaring hoe ik het moet interpreteren, dat zijn zaken die je mee moet geven in de programmatuur. Het is een illusie om te denken dat het zelfdenkend is, je moet beslis algoritmes meegeven om iets zinnigs te krijgen uit de informatie die voorgeschoteld wordt.
Met de komst van Chatgpt is er een soort hype uitgebroken over wat deze software allemaal zou kunnen betekenen voor ons en over de mogelijke toepassingsmogelijkheden. Voorzichtig heb ik geprobeerd een snufje mee te krijgen van de mogelijkheden. De vragen die ik stelde leverden nauwelijks relevante informatie op. Ik heb dit een tijdje laten sudderen om gisteren in een vlaag van ijdelheid de volgende vraag te stellen: “vertel mij over dooiedakduif schrijft” en het resultaat mag er zijn. Ik was om, wat een geweldige ontwikkeling. Dit kreeg ik namelijk als antwoord:
Egostrelend, met informatie waar ik zelf ook nog niet van op de hoogte was. Alhoewel de eerlijkheid mij gebied te zeggen dat ik wel geruchten gehoord heb dat Harry Mulisch de afgelopen maanden zeer lovend was over mijn schrijverij. Ik las het bovenstaande voor aan mijn vriendin en die was ook gelijk heel benieuwd wat Chatgpt allemaal over haar weet te vertellen; nou, zij blijkt een Nederlandse zangeres/ songwriter te zijn die al vroeg begonnen is in de muziekindustrie. Dit was nieuw voor ons, met name omdat onze beider meningen over haar zangkwaliteiten nogal uiteenlopen. Ze blijkt al meerdere singles uitgebracht te hebben die goed ontvangen zijn door publiek en muziekcritici. Ook is ze volgens Chatgpt relatief jong, nog een punt waar onze meningen enigszins over uiteenlopen.
Een kenmerk van goed functionerende software is dat het consistent is in de uitkomsten die het geeft als je telkens dezelfde vraag stelt. Dus heb ik dezelfde vraag nogmaals een aantal keren gesteld met de onderstaande uitkomsten:
In dit antwoord blijk ik reeds overleden te zijn en iemand te zijn waar ik nog nooit van heb gehoord.
Kortom een hoop lariekoek die door telkens dezelfde vraag te stellen van alles beweert over publicaties in tijdschriften en op sociale media. Ik zou zelfs gedichten schrijven. Feit blijft wel dat ik in alle antwoorden erkend word als een getalenteerd schrijver die wereldwijd succes heeft. Gelukkig wordt mijn aanleg tot zelfspot ook onderkend.
Hoed je voor software die werkt met AI. Er valt nog een lange weg te gaan.
De boerenprotesten verspreiden zich als een olievlek over Europa. Overal dezelfde beelden; Trekkers die wegen blokkeren, boze boeren, files, brandende hooibalen en boeren die onder het genot van bier aan het barbecueën zijn in de middenberm.
Nou heb ik eens goed opgelet op wat er zoal op die barbecues ligt en daar kan ik kort over zijn: vlees. Geen stukje groente, aardappel, appel, peer, tomaat of olijf te bekennen. Moet ik daar nu uit concluderen dat het alleen veeteeltboeren zijn die protesteren? Want je zou toch denken dat als er iemand is die een beetje groente bij de barbecue kan verzorgen, het een akkerbouwer is.
Als jonge dakduif speelde ik vroeger op het schoolplein landjepik, een grensverleggend spel. Met het uitkomen van het rapport van de commissie van Rijn vroeg ik mij af, wat is nu eigenlijk het verschil tussen grensverleggend en grensoverschrijdend? Bij beide ga je een grens over, je rekt hem op.
In mijn werkzame jaren zocht ik vooral werk dat het het vooruitzicht bood op iets dat een grensverleggende component had. Uitdagend, nieuwe terreinen betreden, mijn hersens laten kraken en nadenken over nieuwe mogelijkheden en afwegingen maken was erg verlokkend. Het is ook een argument dat je mensen hoort gebruiken bij het aanvaarden van een nieuwe positie, een nieuwe uitdaging aangaan. Zijn in deze situatie beide termen te gebruiken, grensverleggend en grensoverschrijdend? Ik denk van wel want zo komen ook innovaties tot stand, de huidige grens van techniek of gedrag verleggen om iets te bewerkstelligen.
Mij lijkt het dus op zich niet noodzakelijk dat er een negatieve connotatie verbonden hoeft te worden aan de woorden grensoverschrijdend of grensverleggend. Het probleem lijkt meer te zitten in de overwegingen achter het verleggen van de grens. Een ander land binnenvallen, iemand iets opdringen of belagen, vul het zelf maar in. Een grens overschrijden of verleggen doet een beroep op jouw moreel besef, gedrag en handelen, daar gaat het fout. Jouw ideeën, visie en lusten opleggen aan een ander is iets waar je heel zorgvuldig mee om moet gaan want jouw ideale wereld hoeft niet de ideale wereld voor een ander te zijn, zeker niet als je het een ander oplegt in plaats van voorlegt.
Het probleem zit in het gedrag dat ten toon gespreid wordt en de overwegingen die er aan vooraf gaan, niet zozeer in het idee van verleggen of overschrijden van grenzen.
Naast dat ik al jaren worstel met gezondheidsproblemen ben ik er sinds kort achter gekomen dat ik daarnaast lijd aan nog een chronische aandoening. Ik twijfel nog of het een officieel erkende aandoening is want ik ben er via zelfdiagnose op gestuit.
Ik neem u even bij de hand. Kort na mijn geboorte kwam ik er achter dat ik bepaalde familieleden van mijn ouders totaal niet pruimde. Het gevoel dat ik daarbij ervoer kwam en ging, in golven. Naarmate ik ouder werd en met meer mensen in contact begon te komen begon ik deze gevoelens steeds meer te ervaren. Ik probeerde deze gevoelens te kanaliseren om de gevoelens rondom bepaalde groepen te herkennen en mij daar tegen te wapenen. Als voorbeeld kan ik hier Opelrijders noemen. Af en toe werd ik bevangen door mijn negatieve gevoelens maar meestal trad er na verloop van tijd wel weer verbetering op. De ontwikkelingen in Gaza van de afgelopen maanden heeft het moeilijker gemaakt om mij los te rukken van deze gevoelens, daarom ben ik begonnen aan diep graafwerk in mijn eigen psyche en heb de zaken eens goed op een rijtje gezet.
De aandoening is kort na mijn geboorte ontstaan, postnataal dus. Het komt in golven, zeg maar manisch. Het richt zich op specifieke mensen, selectieve misantropie. Voeg ik al deze componenten tezamen dan kom ik er op uit dat ik lijd aan Postnatale manische selectieve misantropie.
Een zoektocht op internet heeft geen resultaat opgeleverd. Niet de diagnose noch een lotgenotengroep. Op dat laatste had ik mij nou juist zo verheugd. Het geeft een eenzaam gevoel, zo’n zelfdiagnose.
Ruim twintig jaar geleden heb ik een aantal afspraakjes gehad met een dame om te kijken of wij elkaar leuk genoeg vonden. Het werd niets, mede omdat ik in die tijd gewoon niet goed in mijn vel stak, maar zo af en toe denk ik nog wel eens aan haar. Onder andere vanwege het grappige voorval dat toen ik haar voornaam hoorde en vroeg waar deze vandaan kwam zij antwoordde met de vraag wat denk je? Ze heette Birte en ik zei dat het mij deed denken aan de naam van een Deens vrachtschip. Wat bleek: Toen haar moeder zwanger was van haar wandelde ze langs de kade in Amsterdam en daar lag een Deens vrachtschip met een naam die haar zo aansprak dat ze besloot om haar dochter zo te noemen.
Gisteren hoorde ik het nieuws dat de zangeres Melanie is overleden, ik heb een aantal platen van haar in mijn platenkast staan, keurig gerangschikt onder de M. Omdat ik zoveel Lp’s heb, staan deze stijf tegen elkaar zodat mij regelmatig het gevoel overvalt van waar moet ik zoeken. Het zijn er zoveel en hoe vind ik de plaat die ik nu zou willen luisteren en past bij mijn gevoel van het moment. De alfabetische rangschikking voldoet dan niet echt goed. Meermaals heb ik overwogen om een andere indeling te maken; op muzieksoort, op tijdvakken of misschien zelfs een aparte categorie van inmiddels overleden artiesten of bands waar de meeste leden van overleden zijn. Zou ik dan misschien binnen die laatste categorie ook nog een onderscheid moeten maken naar artiesten die op hun 27ste overleden? Kortom een lastige klus en gezien het grote aantal LP’s ook een omvangrijke klus.
Tijdens een van de afspraakjes met Birte vertelde ze dat ze niet lang daarvoor uit geweest was met een vriendin en tijdens een bezoek in een discotheek een xtc pilletje genomen had. Het eerste effect was dat ze een bijna onbedwingbare neiging gehad had om naakt te gaan dansen, haar vriendin had dit uit haar hoofd gepraat. Hoe het verhaal precies verder gelopen is weet ik na al die jaren niet meer maar wel dat het pilletje nog niet uitgewerkt was toen ze de volgende ochtend op haar werk kwam. Ze kwam tot het inzicht dat het archief niet echt toegankelijk was op de manier zoals zij wilde en had een lumineus idee om het archief volledig om te gooien naar haar nieuwe briljante inzichten. Zo bedacht en ook maar gelijk gedaan. Wekenlang daarna heeft ze zich rot gezocht om dingen terug te vinden, het was een grote chaos geworden.
Ik moet nog altijd aan dit verhaal denken als ik weer eens overweeg om de systematiek van mijn platenkast om te gooien. Trouwens ik heb best wel wat muziek in de categorie psychedelische muziek, die categorie zou misschien juist wel toegankelijker kunnen worden van Birte’s pilletjes aanpak.
Het is een lange tijd geleden dat ik op deze plek iets geschreven heb en u als gewaardeerde lezer vraagt zich misschien af hoe dat zo gekomen is. Nu zou ik daar waarschijnlijk in de stroom van de huidige tijd op moeten antwoorden met “goeie vraag”.
Als je naar een actualiteitenprogramma kijkt of een ander soort vraag en antwoord gesprek struikel ik over het woordgebruik van veel deelnemers. Vaak wordt er met termen geslingerd als absoluut, top en super. Even voor de duidelijkheid, behalve het absolute nulpunt van – 273 graden Celsius lijkt er tegenwoordig niets meer absoluut in de huidige wereld dus het gebruik van dit woord moet zoveel mogelijk vermeden worden lijkt mij . Van het gebruik van de woorden top en super krijg ik regelmatig koude rillingen omdat het zo inhoudloos gebruikt wordt. Maar sinds enige tijd krijgt een vragensteller vaak als antwoord “goeie vraag”, je ziet degene aan wie de vraag gesteld wordt opveren en er verschijnt een geamuseerdheid op het gezicht, grenzend aan een bepaalde vrolijkheid.
Waarom een vraag beantwoorden met “goeie vraag”? Doe je dit om te maskeren dat je zelf het antwoord ook niet weet ondanks de jouw zelf toegedichte kennis over het onderwerp of is het een moment van triomf dat je graag even uitmelkt om vervolgens ten toon te spreiden dat de vragensteller bij jou aan het juiste adres is omdat jij een van de weinigen bent die daadwerkelijk een antwoord heeft? Iedere keer dat ik zo’n “goeie vraag” moment voorbij zie komen schiet ik in een soort psychoanalyse moment om de motieven te ontrafelen en ik ervaar dit als zeer vermoeiend en irritant.
Mijn antwoord op de vraag die ik bovenaan dit stuk de lezer in de mond legde is helaas de volgende: “Ik houd mijzelf in deze wereld op de been met humor maar de laatste jaren verhard de wereld zich in een tempo vergelijkbaar met de opwarming van de aarde. Ik kan mijn uitlaatklep steeds minder goed laten roken.” Kan ik de draad weer oppakken en bij mijzelf en misschien bij een verdwaalde lezer in de toekomst weer af en toe een glimlach op het gezicht doen laten verschijnen? Goeie vraag!
Er is veel spanning in de wereld de afgelopen tijd, wat gepaard gaat met bijbehorende leed. Corona, klimaat en nu de Russische inval in Oekraïne.
Er staat veel op het spel: mensenlevens, vrede en onze toekomst. De mensen in Oekraïne vluchten en vechten voor hun toekomst. Het westen kondigt sancties af tegen Rusland en Poetin, maar tot nu toe lijkt de spanning alleen maar op te lopen en is er niet echt zicht op een snelle oplossing. Het westen lijkt niet bij machte om het conflict te beëindigen zonder dat dit tot een verdere escalatie gaat leiden en Poetin dreigt alleen maar met meer escalatie waarbij zijn mogelijke gezichtsverlies misschien wel een niet te onderschatten rol speelt.
Vanochtend lees ik in de krant dat door de oorlog in Oekraïne het halen van onze klimaatdoelen nog meer uit het zicht lijken te verdwijnen. Zou het een idee zijn om Poetin te wijzen op het feit dat door zijn troepenverplaatsingen, het schieten en bombarderen hij nu aan het plafond zit van zijn stikstofuitstoot voor dit jaar? Het zou hem een mogelijkheid bieden om alle gevechtshandelingen te beëindigen zonder verder gezichtsverlies. Het gaf ons kabinet ook een excuus voor het falen van het oplossen van de woningnood omdat zij geconfronteerd werden met het overschrijden van het stikstofplafond.